Brandwerend glas wordt geclassificeerd op basis van prestatieniveau, dat wil zeggen op de duur van de brandwerendheid en de manier van brandwering. De classificatie van brandwerend glas gebeurt volgens de Europese normen NEN-EN 13501-2 en EN 12101-2.
R = Bezwijken
Dit is in feite geen brandwerende klasse. De constructie moet een belasting kunnen dragen, bijvoorbeeld aanvullend voor daken of vloeren.
E = Vlamdichtheid
Een constructie die beschermt tegen brandoverslag of branddoorslag. Ontvlambare gassen mogen niet door spleten of voegen in de constructie dringen. De constructie voorkomt dat de brand overslaat of doorbreekt, waardoor de brand binnen het brandcompartiment blijft. Brandoverslag kan optreden door warmtestraling naar objecten aan de niet-brandzijde van de ruit, wanneer deze zich binnen circa 1½ meter van de ruit bevinden.
EW = Stabiliteit / Stralingsvermindering
Een constructie die zodanig beschermt dat de warmtestraling aan de niet-brandzijde gedurende een bepaalde tijd onder de waarde van 15 kW/m² blijft, gemeten op 1 meter afstand. Naast stabiliteit biedt de constructie bescherming zodat de warmtestraling aan de niet-brandzijde gedurende een bepaalde tijd (30, 60, 90 of 120 minuten) onder deze waarde blijft. Onder deze waarde blijft de stralingswarmte zo laag dat objecten binnen 1½ meter van de constructie niet spontaan ontbranden. Op deze manier blijft de brand gedurende de geteste tijdspanne binnen het brandcompartiment.
EI = Stabiliteit / Temperatuurisolatie
Een constructie die ervoor zorgt dat de temperatuur aan de niet-brandzijde gedurende een bepaalde tijd niet boven de waarde van 140°C gemiddeld over het oppervlak en 180°C op een bepaald punt komt. Dit is een brandwerende klasse met verhoogde brandveiligheid en vormt de zwaarste brandwerende eis. Hierbij blijft de warmtestraling naar de niet-brandzijde beperkt, zodat mensen gedurende een bepaalde tijd langs de ruit kunnen lopen. (De temperatuurverschillen zijn ten opzichte van de omgevingstemperatuur.)